Deponeren van archeologische gegevens

Een van de belangrijkste taken van het NAD is het duurzaam opslaan van vondsten en data afkomstig van archeologisch onderzoek. De provincie is eigenaar van alle bij archeologisch onderzoek aangetroffen vondsten en de bijbehorende opgravingsdocumenten en rapporten.

Ontstaan NAD Nuis

U bent als 'opgraver' verplicht om de (geconserveerde) vondsten en monsters binnen twee jaar na voltooiing van de opgraving (d.w.z. de einddatum van het veldwerk) over te dragen aan het NAD. Het proces van opgraven is pas afgesloten wanneer de data door de depotbeheerder is goedgekeurd.

Lees hier meer over in de KNA-Protocollen 4010 3.2 en 3.3 van het sikb

Aanleveren opgravingsdocumentatie

De mogelijkheden voor digitaal aanleveren van opgravingsdocumentatie zijn inmiddels zodanig ontwikkeld, dat analoog aanleveren feitelijk achterhaald is. Met uitzondering van een beperkt aantal specifieke situaties is digitale aanlevering van opgravingsdocumentatie op dit moment de norm. Dit gebeurt middels de pakbon, die via het e-depot wordt aangeleverd.

Pakbon in de KNA:

OS17:
https://www.sikb.nl/archeologie/richtlijnen/brl-sikb-4000

Archeodepot:
http://webservices.gbo-provincies.nl/AccessRequest.html

Onze depoteisen

Bij aanlevering dient altijd een, door de depothouder (de provincies Fryslân, Groningen of Drenthe) goedgekeurd (de)selectierapport aangeleverd worden, waarin de keuzes voor deselectie (verwijderen) en conservering zijn verantwoord.

Lees de aanlevereisen van het NAD (PDF PDF-bestand, 259 KB) (pdf-bestand)